Vluchtelingenverdrag viert vandaag 75ste verjaardag, maar een feestje is het niet

Op 28 juli 1951, exact 75 jaar geleden, werd het VN-Vluchtelingenverdrag aangenomen. Maar kritiek op de conventie klinkt steeds luider. De vraag rijst: houdt het Vluchtelingenverdrag het nog eens 75 jaar vol?
Er is er een jarig, hoe… Nee, stop. Van een hoerastemming is deze keer weinig sprake. Er wordt niet blij gezongen. Er zijn geen confetti en ballonnen of cadeaus. En als er al taart is, dan wordt die geserveerd aan een tafel zonder gasten.
Deze dinsdag viert het verdrag van de Verenigde Naties betreffende de status van vluchtelingen, beter bekend als het VN-Vluchtelingenverdrag, zijn 75ste verjaardag. Op zaterdag 28 juli 1951 bereikten 26 landen na jarenlange onderhandeling overeenstemming over het verdrag dat nog altijd wordt gezien als fundament onder internationale bescherming van vluchtelingen. Hart van het verdrag is één helder beginsel: vluchtelingen mogen niet worden teruggestuurd naar een land waar ze gevaar lopen.
Nederland was een van de landen die het verdrag als eerste ondertekende. Later volgden nog 144 handtekeningen van evenzoveel landen, verspreid over de hele wereld. Van Afghanistan tot Zimbabwe, van China tot Rusland.
Inmiddels staan de beginselen van het verdrag, ook wel bekend als de Conventie van Genève, onder druk. In hoofdsteden van veel landen die het verdrag hebben ondertekend zijn politici kritisch op het Vluchtelingenverdrag omdat het niet meer zou aansluiten bij de huidige tijd. Het verdrag zou herzien moeten worden of, volgens sommigen, zelfs moeten worden opgezegd.
Ook in Nederland zetten politici steeds vaker vraagtekens bij het Vluchtelingenverdrag. Uiterst rechtse partijen willen er helemaal vanaf en ook in het politieke centrum is men niet meer onverdeeld enthousiast over de internationale afspraak. Het kabinet-Jetten (D66, VVD, CDA) legde in het regeerakkoord van begin dit jaar vast dat Nederland samen met andere Europese landen draagvlak probeert te vinden voor de ‘modernisering’ van het internationaal vluchtelingenrecht.
De vraag rijst hoe houdbaar het Vluchtelingenverdrag nog is. Zou deze hoeksteen van het migratierecht over 75 jaar nog steeds bestaan? En zo ja, in welke hoedanigheid?
Heeft een aanpassing wel zin?
Belangrijk om te noemen is dat het verdrag nog steeds door 145 landen is ondertekend. Terwijl er al wel twee decennia vraagtekens worden gezet bij de conventie, heeft nog geen enkel land na de ondertekening ervan die steun weer ingetrokken.
Zelfs de Verenigde Staten onder president Donald Trump niet, al bleek recent uit journalistiek speurwerk van persagentschap Reuters dat Trumps regering wel overwoog om de banden met VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR te verbreken. Een internationale lobby zou die stap hebben uitgesteld of afgewend. De VS ondertekenden overigens alleen het Protocol van 1967.
Voor Europese landen geldt nog meer dan voor de VS dat ze voor een groot deel afhankelijk zijn van veel van de andere verdragspartijen. Vorig decennium verbleef 80 tot 85 procent van alle vluchtelingen in herkomstgebieden. In landen als Turkije en Libanon, maar ook in Kenia, Oeganda en Egypte. Welk signaal geeft Europa aan die landen af als ze eenzijdig aan het Vluchtelingenverdrag gaan morrelen?
En dan is de belangrijkste vraag nog niet beantwoord: waarom zouden landen het Vluchtelingenverdrag eigenlijk willen aanpassen of loslaten, met mogelijke diplomatieke gevolgen van dien? Ze kunnen hun vluchtelingenbeleid ook aanpassen, formeel of informeel, zonder aan het verdrag te komen. Er is geen orgaan dat dat vervolgens controleert of veroordeelt. Er zijn geen consequenties voor landen die het verdrag met een korreltje zout nemen, en dat gebeurt dus ook.
[…]

Heeft een aanpassing wel zin?
Voorstanders van een dergelijk model slaan in hun kritiek op het Vluchtelingenverdrag eigenlijk de plank mis. Het debat gaat niet over de tamelijk basale afspraken uit de Conventie van Genève, maar over het Europese toelatingsbeleid en asielregels. Deze zijn veel specifieker dan in het Vluchtelingenverdrag, vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Unierecht. Dat gebeurde trouwens niet in 1951, maar vaak decennia later.
Het is om die reden de vraag of aanpassing of opschorting van het Vluchtelingenverdrag überhaupt zin heeft. Het verdrag is nooit bedacht als instrument om migratie te beheersen, en al helemaal niet het deel van asielmigratie, dat volgens deskundigen een soort hedendaagse vorm van de ‘trek naar de steden’ is, die al eeuwen bestaat.
Belangrijk om te noemen is dat het verdrag nog steeds door 145 landen is ondertekend. Terwijl er al wel twee decennia vraagtekens worden gezet bij de conventie, heeft nog geen enkel land na de ondertekening ervan die steun weer ingetrokken.
Zelfs de Verenigde Staten onder president Donald Trump niet, al bleek recent uit journalistiek speurwerk van persagentschap Reuters dat Trumps regering wel overwoog om de banden met VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR te verbreken. Een internationale lobby zou die stap hebben uitgesteld of afgewend. De VS ondertekenden overigens alleen het Protocol van 1967.
Voor Europese landen geldt nog meer dan voor de VS dat ze voor een groot deel afhankelijk zijn van veel van de andere verdragspartijen. Vorig decennium verbleef 80 tot 85 procent van alle vluchtelingen in herkomstgebieden. In landen als Turkije en Libanon, maar ook in Kenia, Oeganda en Egypte. Welk signaal geeft Europa aan die landen af als ze eenzijdig aan het Vluchtelingenverdrag gaan morrelen?
En dan is de belangrijkste vraag nog niet beantwoord: waarom zouden landen het Vluchtelingenverdrag eigenlijk willen aanpassen of loslaten, met mogelijke diplomatieke gevolgen van dien? Ze kunnen hun vluchtelingenbeleid ook aanpassen, formeel of informeel, zonder aan het verdrag te komen. Er is geen orgaan dat dat vervolgens controleert of veroordeelt. Er zijn geen consequenties voor landen die het verdrag met een korreltje zout nemen, en dat gebeurt dus ook.
Het is vooral de moraal die van het Vluchtelingenverdrag uitgaat, die nu onder druk staat
De voorbeelden zijn legio. Australië deporteert asielzoekers zonder pardon naar een eilandje in de Stille Oceaan. Egypte pakt willekeurige vluchtelingen op, met name uit Soedan en Zuid-Soedan, en zet ze het land uit. Polen en Griekenland maken zich dikwijls schuldig aan pushbacks, het illegaal en met geweld wegjagen van migranten aan de grens. De Verenigde Staten blokkeren asielaanvragen met een metershoge muur. Geen VN-rechter die toetst of deze landen het VN-verdrag nog naleven.
Ook de Europese Unie vaart scherp aan de wind met het pas ingevoerde Europese Asiel- en Migratiepact. Zo worden kansarme asielzoekers aan EU-buitengrenzen in detentie geplaatst in afwachting van hun procedure. Critici en mensenrechtenorganisaties zien hierin al een schending van het Vluchtelingenverdrag, al wijst de Europese Commissie dat verwijt van de hand.
Ook is het onder het pact mogelijk om asielprocedures te verplaatsen naar landen buiten de EU, in jargon ook wel ‘veilige derde landen’ genoemd. Hoewel hier nu nog geen sprake van is, klinken al zorgen over deze mogelijke praktijk in de toekomst. Grote vraag is hoe EU-lidstaten de rechten van asielzoekers bewaken in bijvoorbeeld Oeganda, Rwanda of Oezbekistan.
Hoe voorkomen landen dat vluchtelingen toch, al dan niet gedwongen, moeten terugkeren naar landen waar ze gevaar lopen – met als gevolg een inbreuk op de kern van het Vluchtelingenverdrag? Om over het herverdelingsvraagstuk nog maar te zwijgen, zodra een asielaanvraag in zo’n veilig derde land wordt goedgekeurd.
Deze dinsdag viert de wereld dat er al 75 jaar een Vluchtelingenverdrag ligt. Ondanks alle kritiek op de conventie biedt het verdrag nog steeds een fundament waarop asielbeleid in veel delen van de wereld vervolgens is uitgewerkt. Een scenario waarin het verdrag over 75 jaar nog steeds bestaat is best kansrijk, omdat het zeer de vraag is in hoeverre het überhaupt zin heeft om aan het Vluchtelingenverdrag te morrelen.
Het is vooral de moraal die uitgaat van het Vluchtelingenverdrag die onder druk staat, constateren deskundigen al veel langer. Daarmee dreigt een situatie waarin het VN-Vluchtelingenverdrag wel blijft bestaan maar meer en meer verwordt tot een dode letter, voor zover daar niet nu al sprake van is.
