Bouwen van een nieuwbouwwoning in tien jaar tijd de helft duurder geworden

Het bouwen van een woning in de Europese Unie kost de helft meer dan tien jaar geleden. Bouwkosten stijgen harder dan de jaarlijkse inflatie. Ook de gemiddelde verkoopprijzen van woningen in EU-lidstaten blijven maar stijgen.

In vrijwel alle lidstaten van de Europese Unie is er in meer of mindere mate sprake van een woningcrisis: er zijn te weinig huizen en woningen die op de markt komen, worden in toenemende mate onbetaalbaar. Met name doordat mensen naar steden trekken, waar minder ruimte is om te bouwen dan in buitengebieden. Tegelijkertijd worden bouwmaterialen duurder en is het de afgelopen tien jaar moeilijker geworden om personeel te vinden, met name sinds de coronapandemie. De bouw van een woning kostte volgens cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat daarom bijna 50 procent meer dan tien jaar geleden.
Bouwen werd in tien jaar tijd overal duurder, maar er zijn grote verschillen tussen lidstaten. In Bulgarije stegen de bouwkosten bijvoorbeeld met ruim 160 procent. Ook in Hongarije en Roemenië gingen de kosten voor een nieuwbouwwoning ruim over de kop vergeleken met 2015. De kleinste stijgingen waren er in Italië en Griekenland.
Tegelijk met de bouwkosten voor een nieuwbouwhuis stegen ook de huizenprijzen in de Europese Unie. Vergeleken met begin 2015 betaalden kopers gemiddeld 67 procent meer voor een woning in de 27 Europese lidstaten. Ook de huren stegen, zij het iets minder snel. De huizenprijzen in Nederland daalden overigens in het eerste kwartaal van dit jaar licht vergeleken met een kwartaal eerder. Een gemiddeld koophuis in Nederland kost nu 485 duizend euro.