Nederland telt straks een half miljoen mensen met dementie, dus maak de bewegwijzering kraakhelder en omlijst die glazen deur met oranje, zegt de ‘dementiearchitect’

path, crotch, decision, fork, waymarks, signpost, signpost, signpost, signpost, signpost, signpost
Photo by Peggy_Marco on Pixabay

Publieke ruimte Driehonderdduizend mensen in Nederland hebben dementie en in 2040 mogelijk zelfs een half miljoen. Steeds meer gemeenten streven naar ‘dementievriendelijke’ wijken en buurthuizen. Met aandacht voor de kleur van het deurkozijn en het lichtknopje op het toilet.

Architect Henri Snel moet in buurthuizen altijd ontzettend nodig naar het toilet. Of nou ja, hij doet alsof. Dan heeft hij een halfuurtje met medewerkers gepraat over hoe het gebouw geschikter te maken voor mensen met dementie en dan zegt hij: „Sorry, maar waar is de wc? Zijn er eigenlijk bordjes?”

En dan kijken zijn gastheren en -vrouwen koortsachtig om zich heen en beseffen ze: goh, dat bordje met ‘toilet’, dat hangt heel hoog aan de wand, of: die letters zijn veel te klein. Of een pijl op het bordje wijst naar links, maar daarna stopt de bewegwijzering zonder een wc in het vizier. Terwijl juist mensen met geheugenproblemen zich vaak lastig kunnen oriënteren, weet Snel.

En eenmaal in het toilet aanbeland, blijkt die ruimte in veel gevallen volledig wit. Vloer, wc-pot, wc-bril, wandtegels, lichtknopje: wit, wit, wit, allemaal wit. Vind dat lichtknopje maar eens, met je verslechterde zicht. Is niet alleen lastig voor mensen met dementie, oud-zijn volstaat: ooglenzen van zeventigers of tachtigers onderscheiden subtiel contrastverschil nu eenmaal minder goed.

Tip van Snel: plak gewoon een geel of groen stickertje op het knopje. En koop een kleurige toiletbril: herkenbaarder én hygiënischer, zeker voor mannen die staand plassen. „Is alles wit, dan denk je algauw: het maakt niet uit waar ik plas.”

Snel strooit met zulke tips wanneer hij buurthuizen bezoekt of webinars houdt. Zoals laatst, met als online toehoorders welzijnsmedewerkers van Súdwest-Fryslân tot Wassenaar en ook een ‘adviseur strategie’ van een Rotterdamse wooncoöperatie op zoek naar „inspiratie”, aangezien ze verwacht dat „10 procent” van de huurders „te maken krijgt met dementie”. „We denken bijvoorbeeld aan het inrichten van een dementievriendelijke ontmoetingsruimte.”

Nou, zegt Snel, kijk maar eens mee naar dit voorbeeld, en op het scherm deelt hij een foto van een Drents dorpshuis met als entree een glazen deur in een glazen pui vol met informatievelletjes op A4-formaat. „Onrustig, zoveel posters”, zegt Snel. En die deur, die valt optisch helemaal weg. „Omlijst zo’n deur liever met een opvallende rand.” Oranje, geel: kleuren die helpen bij het oriënteren. „Zo van: ‘Mevrouw, ziet u dat oranje? Daar moet u naar binnen.’”

Pleinen en buurthuizen

„De dementiearchitect”, zo wordt Henri Snel (62) genoemd op de burelen van Alzheimer Nederland, de belangenorganisatie voor dementie, waar hij geregeld mee optrekt. Inmiddels daalt het besef in, zegt Snel, dat bij de inrichting van straten, pleinen en buurthuizen nagedacht moet worden over al die mensen met dementie. De teller staat op 320.000 patiënten en over een jaar of vijftien misschien wel op een half miljoen.

Driekwart van die patiënten woont thuis. En de anderen wonen in verpleeghuizen die momenteel de deuren van hun gesloten afdelingen ontgrendelen, want de wet schrijft voor dat vrijheid boven veiligheid gaat, tenzij een „aanzienlijk risico” bestaat op levensgevaar of zwaar letsel. Verpleeghuisbewoners zullen zich dus vermoedelijk vaker op straat begeven.

Vijf keer per dag naar de bakker

Eind 2023 gaf Amersfoort opdracht tot het uitbreiden van het initiatief naar andere wijken, zoals het Bergkwartier en het Leusderkwartier. Acht winkels aan de Leusderweg stuurden vorig jaar afgevaardigden naar de dementietraining – van de juwelier tot de schoenmaker, dierenwinkel tot slijterij. Belangrijkste les? „Meeveren”, zegt eigenaar van kledingzaak Brandstof Jurriën Jansen (51), een les die hij kort na de training toepaste. Een oudere vrouw vroeg om een polo voor haar man. Jansen hield haar een polo voor, maar nee, een polo, zei ze, dat was het toch niet helemaal. Waarna ze nog een vraag voor hem had: had hij ook een polo voor haar man? Jansen dacht even na, pakte dezelfde polo weer, zag dat de vrouw verward uit haar ogen keek en zei met een glimlach: „Komt u anders een keertje langs samen met uw man.” Dat vond ze een goed idee.

Jansen schat dat hij „wekelijks” wel een klant met dementie ziet binnenkomen. „Ik zit er sowieso middenin, mijn moeder heeft dementie”, zegt hij. „Pittiger dan je denkt.”

error: