Opinie: De veerechtenhandel met een marktwaarde van 20 miljard houdt de stikstofcrisis in stand

Zolang er niets wordt gedaan aan artikel 25 van de Meststoffenwet, dat de handel in veerechten mogelijk maakt, blijft de impasse in het stikstofdebat bestaan. Het advies aan landbouwminister Jamie van Essen: zet er een streep door.
Valentijn Wösten voert een rechtspraktijk in het omgevingsrecht en is de juridische strateeg achter veel stikstofrechtszaken.
Landbouwminister Jamie van Essen zal op vrijdag 26 juni zijn precieze stikstofplannen bekendmaken. Afgelopen week lekten al enkele hoofdlijnen uit, waaronder normen voor grondgebonden melkveehouderij en zones van 1 kilometer rondom Natura 2000-gebieden met extra emissie-eisen voor de veehouderij. Maar al deze plannen zullen mislukken zolang niet ook de belangrijkste oorzaak van de stikstofimpasse wordt aangepakt.
Voor het houden van melkvee, pluimvee en varkens is een dier- en fosfaatrechtenstelsel in het leven geroepen, de zogeheten veerechten. Dit is gedaan om te voorkomen dat de extreem grote Nederlandse veestapel – Nederland is het meest veedichte land van Europa en ver daarbuiten – nog verder toeneemt en daarmee ook het mestoverschot en de watervervuiling. Dit rechtenstelsel werkt als een plafond voor het aantal dieren en daarmee gepaard gaande mestproductie.
Artikel 25 van de Meststoffenwet maakt het mogelijk deze veerechten te verhandelen, waardoor het ook vermogensrechten zijn geworden. Veerechten werken als een plafond voor het aantal dieren, maar de veerechtenhandel werkt als een ondergrens, die de bestaande problemen in stand houdt.
Voor een gemiddelde melkkoe zijn – afhankelijk van onder meer de melkproductie – omstreeks 45 kilo fosfaatrechten nodig, met een handelswaarde rond de 200 euro per kilo. Er zijn circa 83 miljoen kilo fosfaatrechten in omloop, waarmee de melkveerechtenhandel een marktwaarde vertegenwoordigt van circa 16 miljard euro. Samen met de varkens- en pluimveerechtenhandel telt dit op tot een totale marktwaarde van zo’n 20 miljard euro.
Aanvankelijk gratis
Een belangrijk gegeven hierbij is dat de veerechten aanvankelijk gratis zijn uitgegeven, op basis van een toentertijd legaal gehouden veebestand. Deze kostenloze uitgifte van de veerechten maakt deze regeling wezenlijk anders dan bijvoorbeeld gekochte licenties, zoals gebruikelijk is in de telecommunicatie.
Elk jaar wordt door het CBS melding gemaakt van de krimp van het aantal veebedrijven, wat meestal als een klein berichtje door publieke media wordt overgenomen. Wat daarbij steevast ontbreekt, is de vermelding dat het veebestand vrijwel gelijk is gebleven. In de afgelopen 25 jaar is het aantal melkveebedrijven bijna gehalveerd van zo’n 23 duizend naar 13 duizend, terwijl het aantal melkkoeien gelijk is gebleven: omstreeks 1,5 miljoen stuks.
Stoppende bedrijven
Melkkoeien zijn bovendien per dier meer melk gaan geven en zorgen daarmee ook voor meer stikstofemissie. Een gelijkblijvend aantal melkkoeien, terwijl het aantal bedrijven bijna halveerde, is mogelijk gemaakt doordat de stoppende bedrijven hun veerechten kunnen verkopen aan de blijvers. Met als gevolg dat de problemen in stand worden gehouden en zelfs nog kunnen toenemen.
Als we 25 jaar geleden artikel 25 van de Meststoffenwet zouden hebben geschrapt, zou door natuurlijk bedrijfsverloop binnen de veehouderij het stikstofprobleem en het mestoverschot verregaand zijn opgelost. De veerechtenhandel heeft zich ontpopt tot een blokkade voor een weg uit de stikstofimpasse.
Het doorstrepen van dit artikel heeft veel voordelen.
Belastinggeld besparen
Met deze maatregel is geen sprake van gedwongen bedrijfssluiting. Er worden miljarden euro’s belastinggeld bespaard op peperdure uitkoopregelingen. Voor het schrappen is geen ingewikkeld wetstraject nodig. Ook is de juridische houdbaarheid van de maatregel gedekt. Dat oordeelde de Hoge Raad al in 2001, naar aanleiding van een kortingsregeling op de varkensrechten van toenmalig landbouwminister Jozias van Aartsen eind jaren negentig.
Tegenover deze lijst voordelen staat inderdaad één nadeel: jonge boeren kunnen het veebedrijf niet meer van hun ouders overnemen. Maar dat is oplosbaar. Een klein deel van de veerechten kan in een regeling onder voorwaarden beschikbaar worden gesteld voor bedrijfsopvolging door jonge boeren binnen de familie.
Het doorhalen van artikel 25 van de Meststoffenwet zal dus onderdeel moeten zijn van het maatregelenpakket van Van Essen en zijn ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Gebeurt dat niet, dan zal de stikstofimpasse ook onder deze minister blijven voortduren.