In de Rotterdamse probleemwijk Carnisse lachen de pandjesbazen de woningcontroleurs ‘vierkant uit’

Woonmisstanden In de wijk Carnisse wonen arbeidsmigranten illegaal in overvolle panden voor te hoge huren. Rotterdam slaagt er niet in om woonfraude met arbeidsmigranten terug te dringen, blijkt uit onderzoek van NRC. Hoe kan het dat de gemeente alles ziet en niet ingrijpt?
Door de halfdichte luxaflex van hun gemeentekantoortje, en met de lichten uit, turen twee Rotterdamse woningcontroleurs in de zomer van 2025 naar een bovenwoning schuin aan de overkant van de straat. Ze turven hoeveel mensen er naar binnen gaan en eten een broodje.
In de twee uur dat ze daar zitten tellen ze er tien die met een sleutel door de witte deur naast de dameskapper naar binnen gaan. Twee anderen bellen aan. Wie weet hoeveel er dan al binnen zijn.
In dit pand in de Rotterdamse wijk Carnisse gebeurt van alles wat niet mag, vermoeden de controleurs. Er wonen te veel mensen bij elkaar, dat zien ze. Er zijn meldingen van intimidatie en afpersing. Boven zouden drugs liggen en „alles wijst op mensenhandel, uitbuiting”, noteert een van de twee controleurs in een verslag
Nu wil hij doorpakken. Met een hulpofficier van justitie steekt hij de Markerstraat over en drukt op de bel. Die doet het niet. Hij klopt aan, en nog eens, en nog eens. Boven hen schuift een gordijn een stukje opzij, gezichten verschijnen voor de ramen. Ze kijken van boven naar de mannen op de stoep, maar doen niet open. Niemand doet open.
En dan? Dan niets. De controleur en de hulpofficier van justitie draaien zich om en vertrekken.
Arbeidsmigranten in wijken in heel Nederland verkeren in een benarde positie, maar de wijk Carnisse, ten zuiden van de Maas, maakt het wel heel bont. Minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting, CDA) zegt het in de zomer van 2023 voor de camera van lokale zender Rijnmond. Hij kocht hier zijn eerste huis en kent de wijk goed.
De Jonge noemt Carnisse „een van de zwakste wijken van Nederland”. Hij somt op: zo’n zesduizend woningen, de helft ervan wordt verhuurd door particulieren, die acht op de tien keer een te hoge huur vragen, aan „mensen die sowieso al in de knel zitten”. Ongeveer een op de vier bewoners in Carnisse is arbeidsmigrant.
Vanaf nu wordt het beter in dit soort wijken, belooft De Jonge. Zijn wet voor een nette verhuur van panden is net ingegaan en een wet voor betaalbare huren is op komst. Die nieuwe Wet goed verhuurderschap bepaalt dat verhuurders hun bewoners niet mogen discrimineren of intimideren en dat ze de huurovereenkomst op schrift moeten zetten. Als ze de regels schenden, kan de gemeente daar tegen optreden.
Gemeenten kunnen arbeidsmigranten zo beter beschermen, is de gedachte. In het oude systeem moesten die voor zichzelf opkomen. „De foute huurbazen gaan de wijk uit”, voorspelt De Jonge. De Rotterdamse wethouder Chantal Zeegers (Wonen, D66), met hem op pad, beaamt de omslag. Rotterdam heeft een „enorm team” klaarstaan om hard op te treden, zegt zij. „Dit gaat echt gebeuren.”
Maar onderzoek van NRC laat zien dat het Rotterdam nog altijd niet lukt om woonfraude met arbeidsmigranten terug te dringen, met alle gevolgen van dien. Ze worden nog altijd op grote schaal illegaal gehuisvest. Er zijn vele Bulgaarse, Poolse en Oezbeekse ‘spookbewoners’: mensen die in overvolle panden wonen die op papier leegstaan, of waar anderen staan ingeschreven. Ze hebben geen huurcontract, geen arbeidscontract en mogen zich op een adres niet inschrijven van de pandeigenaar, het uitzendbureau of een ander die van hen profiteert.
De gemeente weet ervan, maar ondanks ferme woorden en wetten blijven controles steken bij de voordeur, rapportages met overtredingen blijven liggen, boetes worden niet opgelegd. Dat blijkt uit gesprekken met controleurs, deskundigen en omwonenden, uit gemeenteverslagen, e-mails, rapporten en uit cijfers die NRC bij de gemeente opvroeg. Dit tot grote frustratie ook van de woningcontroleurs zelf. „Pandjesbazen lachen ons hier vierkant uit”, zegt er een.