Het Ideaal | ‘In mijn ogen kan ieder ander een heilige zijn’

© Fouzia Outmany © linkedin

Ook al vergaat de wereld, dan nog is het zaak een zaadje te planten – Fouzia Outmany heeft die levenswijsheid omarmd.

Ze zet zich in om ‘de overheidsmacht te neutraliseren’ ten gunste van burgers die in de verdrukking zijn gekomen.

Dit artikel is geschreven door Fokke Obbema, schrijft voor de Volkskrant over zingeving

Hoe zou u uw ideaal omschrijven?

‘Vanuit mijn geloof draait het in het leven om dienstbaar zijn aan anderen. Dat probeer ik vanuit een nederige positie, in mijn ogen kan ieder ander een heilige zijn. Die dienstbaarheid gaat op onder alle omstandigheden, wat er ook in de wereld gebeurt. Een mooie metafoor daarvoor vind ik dat je een zaadje plant, ook wanneer de wereld op het punt staat te vergaan. Dus ook als je weet dat niemand ervan gaat profiteren, toch geef je jezelf ten volle voor het goede.’

Kunt u dat op uw werk toespitsen?

‘Voor mijn werk ben ik in contact met burgers die te maken krijgen met de macht van de overheid. Die machtsverhouding is per definitie ongelijk, in de toeslagenaffaire hebben we gezien hoe verwoestend overheidsmacht kan zijn. Burgers zijn voor de wet gelijk, maar in de praktijk bestaan enorme verschillen. Er is een zelfredzame groep die zich met adviseurs omringt om trucjes met de belastingen uit te halen. En je hebt alleenstaande vrouwen met een buitenlandse achternaam die in een arme wijk wonen en die, zo heeft de toeslagenaffaire geleerd, keihard kunnen worden geraakt.

‘Waar het mij om gaat is een bescheiden bijdrage te leveren aan het neutraliseren van overheidsmacht. Ik wil problemen van burgers helpen oplossen door hun verhalen op te tekenen en aan te dragen bij de verantwoordelijken. Dat moet leiden tot meer begrip bij hen en hopelijk tot een minder wantrouwende grondhouding tegenover burgers. Onze organisatie kan geen boetes opleggen, we moeten het hebben van gesprekken, van andere perspectieven tonen. Dat zie ik als die zaadjes. Die plant ik en hopelijk kunnen die voor burgers een boom betekenen.’

Kunt u een concreet voorbeeld geven?

‘In Rotterdam kreeg een groep mensen uit de sociale werkvoorziening jarenlang door de gemeente structureel te weinig betaald – denk aan mensen die bij de plantsoenendienst werken. Toen de gemeente dat corrigeerde, liepen zij het risico dat de Belastingdienst duizenden euro’s per persoon aan toeslagen zou terugvorderen, waardoor deze groep enorm in de knel dreigde te komen. Gelukkig sprong onze inspecteur-generaal, Bart Snels, voor hen in de bres. Samen met de lokale ombudsman wist hij een regeling met de Belastingdienst te treffen.

‘Aan het slot van dit traject was ik bij een bijeenkomst met gedupeerden. Naast me zat een Surinaamse vrouw die ooit met grote dromen naar Nederland was gekomen. Ze vertelde dat ze rouwde vanwege het onrecht dat haar was aangedaan. ‘Ik ben vanuit een arm land naar een rijk land gekomen om te ontdekken dat ik in een rijk land arm zal sterven’, zei ze. Tijdens die bijeenkomst ging een schaal met cake rond. Ze vroeg of ze wat overbleef mocht meenemen, ze moest soms haar eten uit de vuilnisbak halen. En dat na een leven van hard werken. Ze was naar de bijeenkomst gekomen voor mensen na haar, vertelde ze, die moesten niet eenzelfde soort onrecht ervaren. Dat maakte grote indruk op me. Zo plantte ook zij haar zaadje.’

Heeft u de indruk dat de overheid in staat is te leren?

‘Ik ben blij met de kleine stappen die we zetten, zoals in Rotterdam. Zo zijn er meer voorbeelden van luisteren naar het burgerperspectief door overheidsinstanties. Maar ik zou willen dat die dat vanuit zichzelf doen, dat onze inspectie eigenlijk overbodig is. Hopelijk komt het ooit zover. Ik zie veel welwillendheid op allerlei niveaus, maar ben ook realistisch – de toeslagenaffaire was geen incident, er zit een wantrouwende houding van de overheid tegenover de burger achter. Die zie ik nog steeds terug in allerlei complexe regels waarmee de burger te maken krijgt.’

‘Ik zou willen dat de overheid erin slaagt meer vanuit vertrouwen te denken, maar die structurele verandering is lastig. Dat begint bij luisteren naar burgers. Wanneer ik dat voor mijn werk doe, kom ik vooral mensen tegen die aan hun verplichtingen willen voldoen, maar te maken krijgen met intimiderende fiscale taal en met zulke complexe regels dat een foutje snel is gemaakt. Daarvoor kun je in dit systeem keihard worden afgestraft, al kom je jarenlang keurig je verplichtingen na. Burgers zouden het liefst direct willen sparren met de overheid – niet via een digitaal loket, maar in een gesprek bij een balie.’

Wat geeft u hoop?

‘De welwillendheid die ik bij de overheid op microniveau tegenkom; mijn collega’s die zich keihard inzetten en uitspreken; en vooral het vermogen van burgers zichzelf te organiseren. Ik put hoop uit mensen die bereid zijn met anderen hun kennis en privileges te delen, omdat ze zeggen: dit moet niet alleen voor mij zijn, maar voor iedereen. Uiteindelijk moeten we het samen doen.’

Het Ideaal In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Boektip: Talking Back: Thinking Feminist, Thinking Black van bell hooks.

‘De keuze voor kleine letters in haar naam is bewust: een uiting van nederigheid en een uitnodiging om de aandacht te richten op de inhoud, niet op de persoon.Wat mij ten diepste aanspreekt, is haar levenshouding. Voor haar als zwarte denker en schrijver is verzet een daad van liefde.’

error: