Wooncrisis: In tijden van woningtekort hoeven verhuurders geen hulp te krijgen

Modular Dollhouse – In Progress” by PetitPlat – Stephanie Kilgast is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Kabinet kiest voor hogere huren

REACTIE WOONBOND

Huren en geld Het kabinet wil hogere huren toestaan en meer tijdelijke contracten. De Woonbond heeft kritiek op deze aanpassingen in de pas twee jaar geleden ingevoerde Wet betaalbare huur.

Hugo de Jonge European People’s Party, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons

De Wet betaalbare huur is pas sinds juli 2024 van kracht. Volgens de Woonbond is het onverstandig om nu al vergaande wijzigingen door te voeren zonder eerst de effecten goed te evalueren. ‘Beleid moet gebaseerd zijn op feiten, niet op aannames of lobbydruk’, zegt Woonbonddirecteur Zeno Winkels. ‘Zonder inzicht in de werking van de wet is het verhogen van huren een sprong in het duister.’

Hogere huren zonder oplossing voor kernprobleem

Zeno Winkels
© Woonbond

Het kabinet wil onder meer de maximale huren verhogen via het puntenstelsel (WWS), door de WOZ-waarde zwaarder mee te laten tellen en minpunten te schrappen. Volgens de Woonbond leidt dit tot hogere huren, zonder garantie op extra huurwoningen of betere betaalbaarheid. De rendementen van particuliere verhuurders staan namelijk vooral onder druk door de hoge belasting in box 3. Daar verandert het kabinet niets aan, terwijl de rekening via hogere huren bij huurders terechtkomt. Ondertussen laten cijfers van het Kadaster zien dat het aandeel private verhuur stabiel is gebleven en bedrijfsmatige investeerders juist terrein wonnen.

Meer studenten afgescheept met tijdelijk contract

Ook wil het kabinet uitzonderingen voor tijdelijke contracten uitbreiden, onder andere voor studenten en specifieke woningen. Dit betekent nog minder woonzekerheid en een zwakkere rechtspositie voor een grote groep veelal jonge huurders.

Onzekerheid door zwalkend woonbeleid

De Woonbond waarschuwt dat voortdurende koerswijzigingen het vertrouwen in het woonbeleid ondermijnen. Wetgeving die kort na invoering alweer wordt aangepast, zorgt voor onzekerheid bij huurders en andere partijen. ‘Goede volkshuisvesting vraagt om consistent en voorspelbaar beleid’, aldus Winkels.

Bescherming huurders mag niet worden uitgehold

Volgens de Woonbond lijken de voorstellen vooral tegemoet te komen aan commerciële belangen, terwijl huurbescherming onder druk staat. Winkels: ‘De kern van de wet is het tegengaan van excessieve huren. Die bescherming mag niet worden afgezwakt voordat duidelijk is wat werkt’.

‘Stop experimenten met woonlasten huurders’

De Woonbond roept kabinet en Tweede Kamer op om eerst de Wet betaalbare huur zorgvuldig te evalueren. ‘Nu gehaast de plannen van de vorige minister afstoffen en doorvoeren geeft geen pas. Het is schrijnend dat er in verkiezingstijd nog 10 nieuwe steden werden beloofd en er nu alleen hogere huren worden geleverd. Huurders verdienen zekerheid, geen experimenten met hun woonlasten en huurbescherming.’

Huurders betalen voor falende volkshuisvesting. Huizenbezitters mogen weer hogere huren vragen. Dat is onnodig.

COMMENTAAR VOLKSKRANT

Verhuur is al aantrekkelijk genoeg en het is niet eerlijk om de rekening voor de falende volkshuisvesting bij de huurders te leggen.

Den Haag, 17-02-2026
Elanor Boekholt-O’Sullivan,
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers

Elanor Boekholt-O’Sullivan, minister van Wonen, komt huizenverhuurders te hulp. Ze mogen meer huur vragen, althans voor huizen op goede locaties, huizen zonder balkon en huizen in een rijksmonument. De mogelijkheden om tijdelijk kamers te verhuren aan studenten worden ook verruimd.

Deze maatregelen werden een half jaar geleden al aangekondigd door Boekholts voorganger, Mona Keijzer. Boekholt voegt daar nog een huurtoeslag voor nieuwbouwwoningen aan toe. Huizenbezitters mogen een aantal jaar 10 procent meer huur vragen.

Het pakket is een correctie op de forse ingreep die Keijzers voorganger Hugo de Jonge deed. Met de Wet betaalbare huur, die bijna twee jaar geleden van kracht werd, maximeerde hij de zogenaamde middenhuur. De correctie komt vroeg, nog voordat er een serieuze evaluatie is gemaakt.

Huizenbezitters hebben vanaf het begin een stevige tegenlobby gevoerd. Ze probeerden de indruk te wekken dat huizen verhuren zo onaantrekkelijk was geworden dat tienduizenden huurwoningen verloren zouden gaan, waardoor veel Nederlanders geen huis meer zouden kunnen vinden.

Die zorg leek overtrokken. De ingrepen van De Jonge waren juist een correctie op een dolgedraaide huizenmarkt. Voordat de Wet betaalbare huur werd ingevoerd, was verhuur extreem aantrekkelijk. Omdat er een woningtekort was, konden hoge huren worden gevraagd. En doordat de huizenprijzen hard stegen, kon elk jaar een forse vermogenswinst worden geboekt. Huizenverhuurders met ambitie konden in recordtijd een vastgoedimperium opbouwen.

Ze werden extra geholpen door de mogelijkheid huizen voor twee jaar te verhuren, waardoor ze om de twee jaar de huur konden verhogen en – indien nodig – het huis leeg konden verkopen. Ook die mogelijkheid schrapte De Jonge.

Dat aan die zeer lucratieve omstandigheden een einde is gemaakt, is toe te juichen. Dat sommige vastgoedbeleggers hun woningen verkopen, is ook prima. Starters hebben daardoor bijvoorbeeld weer veel meer kansen.

Er zijn ook verhuurders die bescheiden huren vragen. Die hebben geen last van de maatregelen van De Jonge, maar wel van de vermogensbelasting die ongeveer tegelijkertijd is ingevoerd. Als zij gedwongen worden hun woning te verkopen is dat te betreuren. De oplossing zit echter niet in het verhogen van de maximale huur maar in het verlagen van de vermogensbelasting door die afhankelijk te maken van de huuropbrengsten.

Boekholt en Keijzer lijken nog steeds te denken dat de markt hard nodig is om het woningtekort op te lossen, maar de geschiedenis leert dat overheid en woningcorporaties beter de regie kunnen nemen. Zolang er schaarste aan woningen is, moet de markt juist aan banden worden gelegd.

error: