Iran-oorlog: Hoeveel veerkracht heeft de economie nog na drie recente crises?

Vooral de energie-inflatie in de eurozone is zorgelijk: die ging van -3,1 procent naar 4,9 procent
Struisvogels en hysterie
Aandelenbeurzen zijn al geruime tijd geen betrouwbare indicator meer van de onderliggende economische realiteit. Analisten maken de vergelijking met het begin van de coronapandemie, waar beleggers ook lange tijd doof leken voor de grote economische gevolgen van het virus. Pas toen de impact niet meer te ontkennen was, stortten de koersen in. Ook nu lijkt een combinatie van struisvogelpolitiek en hysterie een grotere rol te spelen dan zorgvuldige economische analyse van de penibele situatie waarin de wereld zich bevindt.
Die situatie werd deze week goed zichtbaar in de inflatiecijfers over de maand maart. Europees statistiekbureau Eurostat rapporteerde een inflatie van 2,5 procent op jaarbasis voor de eurozone, een stijging van 0,6 procentpunt ten opzichte van februari. Zorgelijk was vooral de stijging van de energie-inflatie: die ging van min 3,1 naar plus 4,9 procent. Dat is normaal gesproken een voorbode voor zogenoemde tweede-orde-effecten: aangezien alles en iedereen energie nodig heeft om de economie te laten draaien (transport, verwarming, licht, machines), is het een kwestie van tijd tot die hoge energieprijzen zich verankeren in de rest van de productieketens en in de lonen. […]
Alle recente schokken gingen gepaard met waarschuwingen van economen dat er zeer zwaar weer op komst was. Dat was zo met de Covid-pandemie (februari 2020), met de Russische inval in Oekraïne (februari 2022) en de extreme verhoging van de Amerikaanse invoerheffingen voor vriend en vijand door de Amerikaanse president Trump (april vorig jaar).
Sinds de pandemie is het prijspeil in Nederland 30 procent hoger
De enige grote verandering sinds de opmaat naar Covid is een flinke en blijvende verhoging van het Nederlandse prijspeil, en met enige vertraging ook het peil van de lonen. Want de inflatie was zeer hoog en hardnekkig, en werknemers wilden daar een meegroeiend inkomen voor terug om geen koopkracht te verliezen. Als zich sinds de aanvang van Covid een inflatie had voorgedaan van 2 procent – het streefdoel van de Europese Centrale Bank, dan zou het prijspeil in Nederland nu 13 procent hoger zijn dan toen. In werkelijkheid is het nu bijna 30 procent hoger.