Wie onderhoud van wegen en spoorwegen verwaarloost, betaalt een hoge prijs

a train crossing a bridge over a river
Photo by Robson Felicio on Unsplash

Eind vorig jaar luidden ProRail en Rijkswaterstaat gezamenlijk de noodklok over de toestand van de Nederlandse infrastructuur. Om het achterstallig onderhoud in te halen, is op korte termijn 50 miljard euro nodig. Minister Vincent Karremans (Infrastructuur) sloot zich daar onlangs bij aan. In een brief aan de Tweede Kamer schreef de minister dat hij dat de komende 15 jaar 80 miljard euro nodig heeft om de Nederlandse infrastructuur op te lappen.

Gebrekkige infrastructuur kan populisten de wind in de zeilen geven. De onvrede over de Amerikaanse wegen en luchthavens was bijvoorbeeld – naast xenofobie – een belangrijke motor achter Donald Trumps eerste verkiezingswinst in 2016. Het waren symbolen van een land in verval, waardoor de boodschap Make America Great Again veel weerklank vond.

Tegelijkertijd is het juist de opkomst van het populisme die langetermijninvesteringen ontmoedigt. Politici richten zich liever op kortetermijnverbeteringen van de koopkracht en vinden het moeilijk om uit te leggen dat financiële offers soms nodig zijn om onze welvaart op de lange termijn te beschermen.

Zo dreigt een neerwaartse spiraal van collectieve verarming die de onvrede verder vergroot. Het is aan regeringsleiders als Friedrich Merz in Duitsland en Rob Jetten hier om uit te leggen dat goede wegen, betrouwbare stroomnetten, stevige dijken, schone steden en stipte treinen van levensbelang zijn voor een gezonde democratie.

error: