Maak van 4 mei geen herinneringsmachine met een valse moraal

Schoof op de Dam wierp weer nieuw licht op de zaak. Op die kwestie die het mooie, belangrijke ritueel van 4 mei bedenkelijk maakte, namelijk: Nederlandse steun aan een extreemrechtse regering bezig met een genocide.

© Volkskrant
Hoe dat eruit ziet, tekende Rob Vreeken zaterdag op. Vanuit Gaza berichtte een noodhulpverlener van Artsen Zonder Grenzen (AzG) dat twee maanden nadat het laatste voedsel Gaza binnenkwam, 2,3 miljoen mensen in hongersnood zijn. AzG behandelt mensen met brandwonden die niet meer genezen, omdat zonder voedsel een lichaam geen littekenweefsel aanmaakt.
Brandwonden mede als gevolg van bommen die sinds 18 maart weer elke dag op Gaza neerkomen – en dan kondigt de regering Netanyahu aan de bezetting uit te breiden en de bombardementen te intensiveren. Elke dag, elke nacht, op scholen, op tenten, op het allerlaatste ziekenhuis. Ouders die delen van hun kinderen oprapen, kinderen die in een tas wat over is van hun moeder dragen. Verminkt, vermagerd, verbrand, wonden die niet helen, de zon verduisterd door gitzwarte wolken, en altijd weer vuur. Zo ziet een holocaust eruit.
Dat woord dat met hoofdletter gereserveerd had moeten blijven voor de systematische massamoord op 6 miljoen joden, die we 4 mei herdenken. Maar ‘holocaust’ betekent letterlijk: massamoord door de inzet van vuur, naar het Oudgriekse holókauston voor ‘geheel verbrand’ – ook de Armeense genocide is een holocaust genoemd. Het betekent tevens ‘brandoffer’. De onschuldige burgers die in Gaza in tenten, schoolgebouwen en ziekenhuizen sterven, hebben niks te maken met Hamas’ terroristische aanslag. Ze zijn brandoffer op een altaar van haat.
En dat brengt ons terug bij de premier. Die prees ‘moedige mensen’ tijdens de oorlog: ‘In alle haat, vernietiging en ontmenselijking, bleven zij de ander zien. Een mens zoals zijzelf.’
Nadrukkelijk in de verleden tijd. Schoofs ‘echo’s uit het verleden’ betreffen ‘mensen die werden vermoord om wie zij waren’. En daar luiden de doodsklokken voor Gaza. Want de wezens die creperen onder de bommenregen, worden niet (h)erkend als mens. Niet wit, niet christelijk. Ruim twee decennia ontmenselijking van moslims heeft zijn werk gedaan. Het tribale denken van extreemrechts – het denken dat jaarlijks op 4 mei wordt afgezworen – is regeringsbeleid. Daarvoor tekent bij uitstek de premier, op de Dam geflankeerd door een Kamervoorzitter die zich vaak discriminerend uitliet over moslims. Het degradeerde 4 mei tot de choreografie van een herinneringsmachine met een valse moraal. We herdenken de doden, maar weigeren de levenden te beschermen.
Hoe de hetze rond inclusieve 4 mei-herdenking zorgde voor een haatcampagne
Onze solidariteit met de inclusieve 4 mei-herdenking leidde tot een stortvloed aan haatberichten en zelfs dreigementen, aangejaagd door onder meer SBS6, de Telegraaf en Frits Barend. The Rights Forum doet aangifte.

Wie opkomt voor de rechten van de Palestijnen krijgt zonder uitzondering te maken met laster en soms onverholen dreigementen uit pro-Israëlkringen. Ook The Rights Forum heeft daarmee te kampen. Drie jaar geleden publiceerden we al eens een bloemlezing van de bagger die we over ons kregen uitgestort.
‘Nooit meer’
Voor alle duidelijkheid: dat aan een inclusieve 4 mei-herdenking grote behoefte bestaat, werd door de vele duizenden deelnemers en online kijkers bevestigd. Veel Nederlanders kunnen de traditionele herdenking niet rijmen met de Nederlandse medeplichtigheid aan de Israëlische genocide in Gaza. Ook biedt de herdenking plaats aan de steeds grotere groepen Nederlanders met eigen ervaringen en herinneringen aan genocide.
We willen stilstaan bij álle slachtoffers van genocide, oorlog, vervolging en onderdrukking. Dat is precies wat, volgens ons, bedoeld is toen we beloofden: ‘Nooit meer’.
De moordende Israëlische blokkade en constante militaire campagnes – het Rode Kruis waarschuwde acht jaar geleden al voor de ‘ondergang van Gaza’ – hebben volgens Barend veel moois opgeleverd.
In de video toont Barend precies aan waarom bij velen behoefte bestaat aan een nieuwe invulling van de 4 mei-herdenking. Waarin de belofte ‘Nooit meer’ centraal staat – als in ‘Nooit meer genocide’, ‘Nooit meer bezetting’ en ‘Nooit meer stigmatiseren’. Daar haakt Barend af.
Hij wil een exclusieve herdenking voor Joodse slachtoffers en ‘de mensen in Friesland die onderdak verschaft hebben’. Daarmee sluit hij de vele Nederlanders uit die slachtoffer zijn van andere oorlogen en geweld, of zich daardoor emotioneel geraakt voelen. Barend wil dat bovendien kunnen combineren met steun aan een bezetter, valse beschuldigingen van antisemitisme, laster en het aanzetten tot haat en mogelijk geweld.
Daar scheiden de wegen.